kille zomer 2

 

Een hete, kille zomer deel 2

 

Ze moest eruit, naar buiten, werken met haar handen, haar lijf gebruiken. De beelden van de gebeurtenis die haar leven zo had ontworteld bleven haar achtervolgen. ’s Nachts kwamen de monsters haar soms lastig vallen en schrok ze wakker. De lakens waren dan klam van het zweet en de tranen en verdwaasd sloop ze haar bed uit. In de kille keuken maakte ze dan warme melk klaar en trachtte op de gammele bank zich te verdiepen in een boek. Dezelfde bank waar ze met George op gezeten had, met hem televisie keek en waar ze op aten als ze geen zin hadden om de tafel te dekken. Om deze moeizame uren door te komen, had ze een warme deken klaargelegd; ’s nachts werd het appartement niet verwarmd. Soms had ze geluk en kwam de zegening van de slaap weer over haar.

Maar ook overdag als ze op straat liep of in de supermarkt voor de schappen draalde, draaide de horrorfilm soms op totaal onverwachte momenten in haar hoofd af. Eén jaar geleden…de tijd was verstreken zonder dat ze het wist.

August staarde naar de bovenlip van de man. Het was een kleine bovenlip, in ieder geval niet in verhouding met zijn onderlip. Er zaten plooitjes in. De lippen vertelden hem dat alle voorstellen van de gemeente morgen per post thuis toegestuurd zouden worden.

August bleef naar het gezicht van de manager staren. Hij zei niets, keek alleen. De manager kreeg er de kriebels van. “ Zeg dan wat, man, zei hij tenslotte,” maar August zei niets. Het was of zijn keel was dichtgeschroefd en hij was bang dat hij alleen maar zou huilen als hij zijn mond open zou doen. De manager stond op om August uit te laten. Hij schudde hem vluchtig de hand en haastte zich terug naar zijn bureau om zijn telefoon aan te nemen.

Het was nu een week geleden dat het vlindermeisje uit haar cocon gekropen was. Ze genoot van iedere minuut van het vlinderbestaan. Ze speelde met lieveheersbeestjes die natuurlijk lang zo goed niet konden vliegen. Ze waren niet half zo snel als zij, maar het vlindermeisje was geboeid door de oranje wezentjes met hun wonderlijke stippen. Net voor de bijen, die vlug en behendig waren, nipte ze met haar lange tong de nectar uit de bloemkelken. Ze had een goede neus voor nectar en ze hielp de werkbijen om goede bloemen te vinden, maar dat verveelde haar al snel en na gedane arbeid vloog ze gauw de wijde wereld in op zoek naar avonturen en uitdagingen.