Geluk

Geluk

 

maandag 26 augustus 2013

 

De koning had drie zonen, Floris, de oudste was geboren met een gouden lepel in de mond, zijn twee broers zaten op statige houten stoelen naast hem. De oudsten waren rokkenjagers maar de jongste spruit heette Sirius en hij was de meest serieuze, ondanks dat hij wist dat hij nauwelijks kans maakte op de troon. De Koning wist dat hij ging sterven maar hij wilde zijn zonen een belangrijke boodschap meegeven. “Vind het geluk en ik schenk je mijn koninkrijk,” sprak hij en hij zakte vermoeid terug in zijn kussens.

 

De twee oudsten trokken een gezicht van wanhoop, maar Sirius’s ogen sprankelden. Gisteren had hij het toevallig besproken met de dieren. “Ik ben gelukkig met een gewillige vrouw”, zei het konijn, terwijl de vuurvliegjes energie van een zomerse dag kregen. “Flink wat water onder mijn voeten,” bromde de eik. En de kat was tevreden als zij het goed had.

 

Een week later beantwoordde Sirius de vraag van de Koning. “Geluk is voor niemand hetzelfde, vader, waar de een van walgt vervult de ander met blijdschap, er is geen universeel geluk.” En de Koning wist wie zijn opvolger moest worden want een goede vorst moet oog hebben voor ieders belangen.